Werelden van ver komen dichterbij

Eigenlijk is het maar wonderlijk dat we ons op een tollende planeet bevinden, die samen met een stel andere planeten om een immens hete ster cirkelt. Stilstaan bij dit fascinerende besef en kennis delen over nog veel meer boeiende informatie over het zonnestelsel, is precies hoe Sebastiaan de Vet op een creatieve manier een breed publiek aanspreekt. Als figuurlijke ruimte- én tijdreiziger neemt hij mensen mee in boeiende verhalen over het ontstaan van planeten en onderzoek naar het zonnestelsel. In deze blog lees je meer over zijn werk en wat zijn wetenschapscommunicatie zo bijzonder maakt. 

Wil je jezelf introduceren?

Sebastiaan de Vet – ik ben planeetonderzoeker, ook wel planetair geomorfoloog, en ik onderzoek landschappen en materialen die voorkomen in ons zonnestelsel. Door naar een landschap te kijken kunnen we een stukje historie afleiden van wat er is gebeurd. Het interessante is dat we het landschap op aarde kunnen gebruiken om te snappen wat we op planeten zien.

Volgend jaar willen we bijvoorbeeld naar IJsland. Daar vind je speciale vulkaankraters die zijn ontstaan omdat er een vulkaan is uitgebarsten waarbij de lava in contact kwam met water, en dat soort kraters denken we ook op Mars te zien. We kunnen op IJsland onderzoeken wat de eigenschappen van deze kraters zijn, zoals de soorten materialen, en we documenteren de kenmerken van deze landschapsvormen en andere meetbare eigenschappen met behulp van een drone. Op Mars kunnen we – door de ogen van de satellieten die eromheen vliegen en de Marskarretjes die daar rondrijden – onderzoeken hoe deze kraters overeenkomen en verschillen van de kraters in IJsland. Zo proberen we een verklaring te vinden voor de omstandigheden waarin ze op Mars ontstonden en of ze dus anders zijn dan hier. Het landschap op aarde fungeert als bron van informatie, maar ook van inspiratie om te begrijpen wat we op Mars zien en hoe we daar zo’n 4,5 miljard jaar geologische ontwikkeling kunnen duiden.

Cool! Hoe beschrijf je je wetenschapscommunicatiepraktijk?

Naast het geven van publiekslezingen en andere activiteiten, ben ik samen met Franka Buurmeijer initiatiefnemer van Stoepsterrenkunde. Dat is een pop-up sterrenwacht waarbij we op een heldere avond met een telescoop op een plek staan waar je met publiek in aanraking komt. We zoeken dus niet een afgelegen park, weiland of duinpannetje op, we gaan júíst ergens op een drukke plek staan midden in de stad (voor sterrenkundigen doorgaans de meest dramatische plek om te gaan sterrenkijken). Denk bijvoorbeeld aan de Hofvijver in Den Haag en het IJ in Amsterdam. Daar kom je mensen tegen die misschien nog nooit naar een sterrenwacht zijn geweest en breng je hen in contact met het sterrenkijken naar de maan en planeten, of overdag naar de zon. Voor sommige mensen is het echt een waanzinnige beleving omdat ze nog nooit de kraters van de maan hebben gezien. Dan hoor je de salvo’s, de ‘oeehs’ en de ‘aahs’, door de straten galmen. Het vormt een goed startpunt om te praten over het onderzoek dat ik en andere wetenschappers over het zonnestelsel doen. De energie en authentieke verwondering die we door de jaren heen hebben ontvangen van een publiek is fantastisch.   

Wat voor apparatuur gebruiken jullie daarbij?  

Wij gebruiken amateurtelescopen, daarmee kan je ’s avonds heel goed naar de planeten, de maan en maankraters kijken. Met het toekenningsbudget uit Gewaardeerd! hebben we nieuwe, nog beter draagbare telescopen gekocht die je met je smartphone kunt besturen. Én een zontelescoop waarbij we heel veilig alle kleuren van het licht wegfilteren, behalve één kleur. Die ene kleur heeft een bepaalde roodtint, H-alfa genaamd, waarmee we de zon op een hele mooie manier kunnen bekijken. Je kunt met deze zontelescoop het woeste, kolkende oppervlakte van de zon zien en nóg een voordeel is dat je er overdag mee aan de slag kan gaan. Zo bereik je weer een andere doelgroep dan tijdens het sterrenkijken in de avond. Een zonsverduistering, zoals die volgend najaar weer te zien is, is een prachtige kans om het zonnestelsel in actie te zien. Je ziet dat planeten om de zon draaien en de maan om de aarde; op prachtige wijze wordt geïllustreerd dat alles beweegt in ons zonnestelsel. Ik vind het mooi dat je op die manier publiek even deelgenoot kan maken van de dynamiek die in ons zonnestelsel te zien is.

Waarom vind je het belangrijk om de samenleving te betrekken bij onderzoek?

Wat mij persoonlijk erg motiveert is dat ik als wetenschapper een verhalenverteller ben. Ik kijk of ik het verhaal van een andere planeet kan ontrafelen, of ik iets over de geologische geschiedenis kan vertellen. Dat stopt niet bij mijn vakgenoten, ik wil niet-wetenschappers ook vertellen over de bijzondere dingen die wij elders in het zonnestelsel ontdekken. Je wilt eigenlijk die werelden dichterbij bij huis brengen en toegankelijk maken. Het enthousiasme dat dat opwekt bij mensen, motiveert mij weer op heel veel fronten. 

Het idee van ‘werelden van ver weg dichterbij halen’ is trouwens een mooie verwoording omdat wij een werkveld hebben waar we zelf niet op veldwerk kunnen, maar wel manieren hebben gevonden om hemellichamen toch te doorgronden. Het zonnestelsel is in dit geval letterlijk geen ver van je bed show: het landschap op aarde is een hele mooie interplanetaire gids. Je kunt naar plekken gaan op aarde waar wij als wetenschappers iets leren over andere planeten. Zo kun je als ware op reis door het zonnestelsel, door naar de juiste plek op aarde te gaan. Natuurlijk kan niet iedereen die informatie uit een landschap ontleden, maar dat is waar wetenschapscommunicatie zo’n mooie rol speelt. Daar kunnen wij de kennis die wij opdoen delen met een breed publiek.

Mijn collega’s die deel uitmaken van het team dat de toekenning heeft ontvangen zijn allemaal actief met het dichterbij brengen van werelden die ver weg zijn. Een collega heeft op International Asteroid Day een activiteit georganiseerd waarbij echt meteorietmateriaal werd gebruikt bij een presentatie. Dat is een manier om planeten nóg tastbaarder te maken. Dat zijn materialen die vanuit de ruimte komen. Zo zijn er verschillende strategieën die je in kan zetten om planeten dichterbij huis te brengen. 

Je noemt jezelf verhalenverteller, maar jouw vakgebied behoort toch tot de exacte wetenschappen? Hoe komt het dat jij jezelf als verhalenverteller ziet?

In een landschap kom je natuurlijk geen getallen tegen. Als je in IJsland bovenaan de top van een vulkaan staat, zie je effecten van processen die er gespeeld hebben. Er is een ontzettende gelaagdheid aan informatie die wij proberen te ontrafelen. Wij zien weliswaar het hedendaagse landschap, maar tegelijkertijd bevat het een verhaal van allerlei verschillende stappen waarin het landschap zich ontwikkeld heeft tot wat we er vandaag de dag in zien. Je kunt als het ware terug in de geschiedenis om te zien wat er heeft plaatsgevonden. Daar zitten natuurlijk een heleboel getallen, meettechnieken en analyses achter, maar in essentie is het een verhaal dat je onderzoekt en vertelt.

Wacht even, dus je bent naast ‘ruimtereiziger’ ook tijdreiziger? 

Dat is het mooie! We kunnen tot zo’n 4,5 miljard jaar terug in de tijd kijken als je naar het oppervlakte van de aarde of andere planeten en manen kijkt, en bij meteorieten kunnen we terug naar de beginfase van ons zonnestelsel, naar de materialen waaruit de planeten zijn gevormd. Het verhaal van de ontwikkeling van gaswolk naar hedendaagse planeet kunnen we op deze manier met meteorieten en planeetlandschappenhelpen vertellen. Als onderzoeker richt je je vaak maar op één van die vele hoofdstukken in het verhaal, maar als je het terugbrengt naar die grotere context is het waanzinnig fascinerend.

Daar zit ook een meerwaarde in voor mij als wetenschapper. Op het moment dat je over je vak moet vertellen zijn er complexe relaties en situaties die je moet vertalen naar een niet-wetenschappelijk publiek. Dat helpt je nadenken over wat je ziet en bestudeert. Daar zit een waardevolle wisselwerking in: van de ene kant bedenk ik hoe ik mijn onderzoek vertaal naar een publiek, maar daarmee vertaal ik het ook naar mijzelf toe. Dat proces ervaar ik als erg leerzaam. 

Heb je een tip voor sterrenkundigen die ook met wetenschapscommunicatie aan de slag willen gaan?

Als je actief wil worden met stoepsterrenkunde hebben we een hele mooie website: Stoepsterrenkunde.nl. Daar delen we met andere professionals en amateurs tips over hoe je aan de slag kan gaan. Daarnaast denk ik dat het belangrijk is om stil te staan bij het verhaal dat je wil vertellen. Wil je alleen vertellen over je eigen onderzoek of durf je ook wat breder te gaan? Met die breedte kan je namelijk mensen aanspreken over hoe jouw onderzoek deel is van een groter verhaal. Het helpt als je het grotere kader kan schetsen om te laten zien waar het hele werkveld mee bezig is. Vraag je af of je jouw onderzoek kan vertalen naar een context die voor iedereen begrijpelijk is. Op deze manier toon je ook de urgentie ervan aan.